Het meten van de basiskwaliteit

Het meten van de basiskwaliteit

De Inspectie van het Onderwijs onderscheidt basiskwaliteit en eigen kwaliteit. Basiskwaliteit moet een school leveren, eigen kwaliteit wil een school (extra) leveren. Scholen worden geacht met een bepaalde frequentie de basiskwaliteit te meten: voldoen we aan de eisen van de inspectie? Het is als met een auto: jaarlijks moet je een APK uitvoeren. Het meten van de basiskwaliteit is een soort APK-keuring. Idealiter bepaalt een school: wanneer meten we de basiskwaliteit (frequentie), door wie laten wij dat doen (zelfevaluatie door MT of team, of een externe beoordeling via een audit?), en welk instrument gebruiken we daarbij?

Een school kan de basiskwaliteit meten met behulp van WMK en/of MijnSchoolplan. Idealiter beschikt een school over een meerjarenplanning voor haar kwaliteitszorg. De meerjarenplanning zou moeten verhelderen wanneer de basiskwaliteit (door wie, en hoe) gemeten wordt. Het is bijvoorbeeld mogelijk om de basiskwaliteit 2 x per vier jaar te meten: 1 x met WMK en 1 x met MijnSchoolplan. De basiskwaliteit meten via WMK kan gedaan worden door het team, in Mijn Schoolplan scoort het MT de basiskwaliteit.

De grote voordelen van een meting via WMK zijn:

  • Scores per inspectiestandaard + vergelijkingen met andere scholen
  • Uitgebreid rapport wordt automatisch gegenereerd
  • Mogelijkheid om andere oordelen toe te voegen (zie onderstaand voorbeeld)
  • Mogelijkheid om een uitgebreide zelfevaluatie te schrijven in het rapport

De voordelen van een meting via MijnSchoolplan zijn:

  • Het uitvoeren van de meting kost relatief weinig tijd (20 minuten)
  • De scores worden direct geplaatst in het schoolplan
  • De aandachtspunten worden direct geplaats in het schoolplan
  • Mogelijkheid om toelichtingen bij te schrijven